Een eenvoudige sleutel voor slotenmaker Lanaken onthuld

Tenslotte vermeld ik alsnog tussen een bewoners over die nabijheid Jans Aryensz, ‘den jongen hout’. Ofwel hij die bijnaam, later misschien geslachtsnaam geworden, aan bestaan onbeschaamdheid, vervolgens immers met de uitdrukking met zijn tronie ofwel gelaat te danken had, kan je niet beslissen.

Anti het eindpunt aangaande de 17e eeuw zou de jenever de plaats over een brandewijn wanneer ‘hels vocht’ overnemen.

Op de hoek met een Burgwal met de Jacob Gerritszstraat was een woning van Robbrecht Symensz met Nijl, welke betreffende zijn ambacht was ‘pelletier’ ofwel ‘peltenier’ - in dit frans pelletier - zeker pelsmaker ofwel bontwerker. Men beseft dat geleerden, ook wanneer kooplui, overheidspersonen, zo juist ingeval edellieden, ook niet slechts op straat, maar in woonhuis en in een vergaderzaal, betreffende bont ‘gevoederde’ opperkleren droegen.

Kuiper Jan Maertensz had aan die kant met een gracht ‘Int Natuurlijke Hooft’ bestaan werkplaats. Buiten hem woonden daar nog 3 vakgenoten bij hem in een omgeving, daar waar, zoowel ingeval elders in een stad, een wet of keur op de hinder toen een menigvuldig burenverhoor zou beschikken over veroorzaakt.

nog gebruikelijke meestoof, dat desalniettemin ook nagenoeg tot een antieke historie kan zijn gaan behoren. Ons dergelijk inrichting vind ik in dit register bij geen enkel ander woonhuis vermeld.

, maakte dat Soutendam hierboven een tel kwijt raakte in welke registers. Na 1600 zijn op deze plaats op een achtererven betreffende de opgeheven brouwerijen vele nieuwe huizen verrezen.

In ons betreffende de huizen met de noordzijde der Andere Kerk woonde een werkman, die ‘spintewyelmaeker’ over zijn vak was. Dat werktuig het toentertijd zelfs in een hoogste standen der maatschappij algemeen gebruikt en in ere gehouden werd zal hem destijds zeker ons voldoend zijn zal beschikken over verschaft.

Slechts twee huisjes, het één eigendom over een weduwe met Jan Heyndricxz. ‘Plochos’ (ploegos), dit overige aangaande ons goudsmid, werden in welke steeg opgetekend; thans vindt men er aldoor één aan een zuidzijde.

Een ‘plumassier', of vederman zorgde voor de veren op de hoeden der heeren, zowel in krijgsdos mits in burgergewaad. Een ‘passementswerker’ was iemand welke versierde banden, omzomingen en randen met kledingstukken, hoeden of meubelbekledingen vervaardigd.

Ongeveer honderd Delftenaren lieten bij een ontploffing dit leven, waaronder een welbekende schilder Carel Fabricius,. Tweehonderd huizen in een omgeving werden totaal verwoest en driehonderd fors weerbarstig. Het gebied werden compleet opnieuw ingericht, waarbij verder de huidige Paardenmarkt ontstond.]

Het ‘kleyne officie’ behoort inmiddels tot het verleden precies zodra zoveel ouds, het zodra gedateerd, niet meer in de tegenwoordige gemeentelijke inrichting schijnt te passen. Momenteel is de politie belast betreffende de zorg welke in vroegere tijden op een torenwachter rustte. Een trompet kan zijn, betreffende de ratels betreffende een klapwakers, een stokken van de ‘dienders’, enz. bijgezet onder de relikwieën van een oude tijd. Ze ruste in vrede!

Eindelijk vertoont zichzelf in de gevel over dit derde huis wegens een hoek een stralende zon en draagt dit dan ook de benaming ‘Inde Sonne’, bij welke benaming het in mijn jeugd (uiteraard omstreeks 1850) alsnog vertrouwd was.

Met de westzijde van dit Noordeinde werden in 1600 vijf brouwerijen gevonden. Zij zullen echter spoedig dit lot met zo heel wat anderen meer informatie ondergaan en binnen een tijdsverloop met veertig jaar al die bestaan ‘uytgebrooo­ken’.

‘Voorheen’ en ‘thans’ openen tevens op deze plaats een ruim veld van vergelijking, waardoor de uitspraak van Salomo, dat daar niets nieuws bij de zon kan zijn, dikwijls bevestigd is. Nader trof men met de noordzijde aangaande het Rietveld alsnog een woonhuis betreffende de naam ‘Griekenlandt’. Aan een zuidzijde over dit Rietveld treffen wij weinig bijzonders met, of het moest de thuis over de ‘gardenier’ (hovenier of tuinman) ‘van een princesse over Chemeye’(Chimay) bestaan, betreffende 2 haardsteden, en ‘doctor Fabianus a Nijehoff’ die er ons huurhuis bewoonde betreffende vijf haardsteden. Dat huis was dit grootste over de hele omgeving. Het merendeel der woningen werd slechts vanwege één stookplaats aangeslagen.

Leave a Reply

Your email address will not be published. Required fields are marked *